Tot later op het water

Roel Oostra

Pakes Prakkesaasjes

Hommo Hof

MANNEN ZING MEE

Loch Ness

Tot later op het water

Want op het water tref je hem in zijn element. En dat is zijn hele leven lang, nu alweer 67 jaar, zo geweest. Dus als ik vraag: Hoe ben jij Age Veldboom geworden? Is het antwoord: Ik ben nooit iemand anders geweest. Daar hoef je niet veel voor te doen. Het enige is dat je je niet door anderen of door omstandigheden uit de koers laat halen. Dat betekent overigens niet dat die er niet toe doen. Kijk, wanneer je bijvoorbeeld gaat zeilen heb je met nogal wat dingen te maken waar je rekening mee moet houden. En die zijn altijd hetzelfde en steeds weer anders. Het weer, het water, de mensen. Soms is het een spel, soms een gesprek, soms een gevecht. Age is geboren in Hagestein en opgegroeid in een kinderrijk boerengezin. Met ruimte en water rond het huis. Via de MULO in Vianen ging hij, op advies van de gymleraar, naar het CIOS in Heerenveen waar hij onder andere les kreeg van Foppe de Haan en Henk Gemser. Als gym- en sportleraar zette hij, samen met zijn vrouw Anna Hummel, de zeil- en surfschool Annage op (in 2000 overgenomen door Cathrienus Herrema). Daarnaast was hij gymleraar aan het speciaal onderwijs in Sneek en docent aan het CIOS. Sinds begin jaren tachtig deed hij als schipper met zijn skûtsje de Swanneblom mee aan zeilwedstrijden als de Strontrace en de IFKS. We hebben afgesproken in het Skûtsjemuseum aan de Stripe vlak buiten het dorp Earnewâld. Dit werd in 1998 opgericht door Age en hij bouwde daarvoor een ‘oude’ scheepshellingloods. Als ik aankom valt me op dat de hele voorgevel is verwijderd. Het blijkt dat het museum uitbreiding nodig heeft. De gevel komt een aantal meters naar voren. Alles gebeurt met zelfwerkzaamheid van de vrijwilligers. Het museum valt nu onder een Stichting welke gedragen wordt door meer dan vijftig vrijwilligers. Aan de kade ligt een uniek scheepje, een replica van een houten skûtsje van 1861. Deze Æbelina  van 2009, het eerste en enige houten skûtsje dat sinds 1900 is gebouwd, is een pronkje. Massief eikenhout is van kielplaat tot luiken in sierlijke rondingen gebogen om een schip te maken zoals dat ooit de Friese wateren beheerste. De in 1861 gebouwde Æbelina was legendarisch. Ze won zo veel prijzen dat ze soms van deelname werd uitgesloten, of een extra lange route moest varen. Ook het komende jaar zal de Æbelina weer varen met sponsoren, verschijnt ze op evenementen en kunnen opstappers (zeilend) kennismaken met dit prachtige beurtscheepje onder zeil. In 2018 was Age initiatiefnemer van Myn Skip, een eerbetoon aan het skûtsje. Het werd een openluchtvoorstelling met muziek, dans, beeld en theater. In 2018 kregen Age en Cathrienus er voor de Friese Anjer uitgereikt door Commissaris van de Koning, Arno Brok. In het museum staat het leven van vroegere generaties skûtsjeschippers centraal. Oude ambachten uit de scheepsbouw zoals smederij en zeilmakerij komen aan bod. Honderden onderdelen van skûtsjes en gereedschappen staan opgesteld. In een nagebouwde roef proef je het vroegere schippersleven. Het ruikt er naar taan en teer. Je ervaart de krappe ruimte aan boord rond 1900, toen skûtsjes onder zeil dagelijks vrachtenturf, terpmodder, mest of zand vervoerden. Je ontdekt het zware bestaan van hard werken, soms armoede en vaak de vreugde van het vrije leven, met wind en water. Overal is het interessant, elk voorwerp heeft zijn verhaal en Age kent ze allemaal. Op de rugleuning van elke stoel staat de naam van een schipper, en op de zolderbalken staan spreuken, ook in Age’s handschrift: Alle bytsjes helpe, sei de skipper en hy pisse yn ‘e opfeart.

 

Posted in