Pakes Prakkesaasjes

Roel Oostra

Pakepraat.raad

PAKEPRAAT.sterretje

PAKEPRAAT.appe

Hommo Hof

MANNEN ZING MEE

Loch Ness

Pakes Prakkesaasjes

Een jaar geleden heb ik al eens verteld dat Zij-die-mijn-Zorgen-deelt wat in de lappenmand was geraakt en dat we zodoende dames van de Thuiszorg De Friese Wouden over de vloer kregen. En omdat ik zelf een lichte vorm van wondroos aan een been kreeg had ik het voorrecht ook in de verzorging te worden mee genomen. Voor de goede orde : het gaat met ons beiden prima. En dat is te danken aan de hele groep van team de Singels waarvan we de meesten al eens mochten ontmoeten.

Maar het vaakst komen H, W en B. door de deur. H. middelbare leeftijd, stevig postuur en als ze zegt: “No, eerst mar even een voetebadje” durf ik niet te zeggen dat we dat eigenlijk ook wel kunnen overslaan. W. is een ruime twintiger die alles goed op een rijtje heeft. en B. is een fleurig bakvisje en bezig ‘het vak te leren’. Ze zijn zo langzamerhand kind aan huis en alle drie hardstikkende aardig, zoals Foppe de Haan zou zeggen. Waarom vertel je dit allemaal hoor ik u denken. Wel, anders begrijpt u de rest van dit stukje niet.

Een paar maanden geleden genoten Corrie en ik in de Lawei van de opera Rigoletto. Het beroemde verhaal van de clown Rigoletto die zijn lieftallige dochter Gilda verliest aan de hertog van Mantua, een notoire rokkenjager. U kent misschien de opera niet maar vast wel het beroemde lied ‘La donna è mobilé’ dat door de hertog hartstochtelijk werd gezongen.

Toen in de derde acte het doek openging waren we in het paleis van de hertog. Om precies te zijn, in zijn slaap- en badkamer. Het bad was eigenlijk een groot rond marmeren bassin waar wel een handvol personen in kon. De hertog werd al zingende in een lang wit nachthemd door een bediende naar en in het bad geleid. Daar stond al een stevige dame in, ook in een lang wit gewaad, klaar met borstel en zeep en op de rand van het bad zaten twee dames, ook in lange witte hemden met odeurspuit en andere benodigdheden. Zingende bewoog de hertog zich door het afwezige water en de dames lieten in gebarentaal zien hoe ze hem inzeepten, wasten enzovoort.

Ik stootte mijn vrouw aan en fluisterde: ‘Moast es hearre, ik . . .’ en kreeg een stoot van haar arm en hoorde: ‘Hâld dy stil ’. En als braaf jongetje deed ik dat. Toen we thuisgekomen nog even zaten na te praten vroeg Zij-die-mijn-Zorgen deelt ‘Wat wie der no eink sakrekt ûnder de foarstelling ?’ Ik vertelde haar dat ik op dat moment een visioen had. Ik zag mijzelf zingende in zo’n bad staan met de dames van de thuiszorg om mij heen. Zij keek mij bedenkelijk aan. ‘Ja,’ zei ik ‘op de wize fan
La donna è mobilé song ik in lofsang op de soarchdames’ En ik zette uit volle borst in:

Altyd aktyf en blier – foar d’âlderein yn ’t spier
wat dy mar wolle – neat is tefolle.
Wat sa’n ploech dames docht –
is wier net om ‘e nocht
witte fan wanten – by al har klanten !
’t Bin sinnestrieltsjes – echte jewieltjes
dy thússoarch daaaaames bin fenomenaal
jaaahaaa. . . . abnormaal fenomenaal !

Op haar gezicht meende ik een begin van een glimlach te zien maar toen ik zei : ‘Ik sjoch it hielendal foar my, sjongende mei H. W. en B. yn sa’n grut bad en dan fansels net yn dy lange wite himden mar yn naturelle staat’ verstrakte haar gezicht en zei ze anders niets dan ‘Hoe âld bisto eigenlik’. en ging naar de keuken. Maar ik hield het beeld nog even vast want zo oud ben ik per slot nu ook weer niet.

Roel Oostra