Pakepraat.Sybo

Roel Oostra

Pakepraat.zwembad

Pakepraat.Tiktok

Pakepraat.Lesbos

Hommo Hof

MANNEN ZING MEE

Loch Ness

Pakepraat.Sybo

We schrijven februari 1963. Ik was juni 1962 in de Lawei begonnen en een paar maanden later werd drs. W.E. van Knobelsdorff als burgemeester van onze gemeente geïnstalleerd.
In die februari maand , ik weet de datum niet meer, kwam de burgemeester naar de Lawei en zei : volgende week krijg ik een staatssecretaris op bezoek en die wil ik graag vorstelijk ontvangen. Wil je zorgen voor een vrije ruimte, de blauwe zaal is wel geschikt lijkt me, Daar wil ik haar graag een honderd procent Friese koffietafel serveren, onder meer met sukerbolle en zo’n kraantjes koffiekan  en wat bloemen, kortom ze moet weten dat we haar bezoek op prijs stellen. Wil er geen bediening bij want ons gesprek is vertrouwelijk.
‘k Zorg zelf wel voor de koffie. Lijkt me leuk met zo’n  kraantje. Kortom, als we er zijn, deur dicht.
Nou, met hulp van mijn thuisfront, want vast personeel was er toen nog niet,  zou ik een feestelijk gedekte koffietafel met alles dropendran  wel voor elkaar krijgen en voor de kraantjeskan ging ik naar Annie, de echtgenote van tandarts Ruurd  van der Sluis die aan de Stationsweg zijn praktijk had. Zij was, net als ik bij de toneelploeg van de Fryske Krite en voor één of ander decor had ze eens haar ‘kraantsjekanne’ mee genomen. Het was echt een grote glimmende roodkoperen joekel met drie geelkoperen pootjes.
‘Moast der al even om tinke Roel’ zei Annie ‘even in pear kear goed útspiele mei sierend wetter. Wy brûke him noait, hy stiet by ús allinne mar te pronk’,
Toen de burgemeester op de afgesproken dag met zijn gaste de eetzaal binnenkwam stond er dan ook een echt feestelijk gedekte tafel klear mei ûnder mear sûkerbôlle en de folle kraantsjekanne op in brânnend stoofke’ als  mooie blikvangers.
De deur werd gesloten en Corrie en ik scharrelden tevreden wat in het naastgelegen keukentje om want één en ander ging perfect.
Tot we plotseling kabaal in het eetzaaltje hoorden, geschuif van stoelen en de burgemeester roepen. Wij naar binnen en zagen dat de grote koffiekan was omgevallen, het deksel er was afgesprongen, een golf koffie over de tafel was gestroomd en dat burgemeester en staatssecretaris trachten te redden wat er te redden viel. Kortom, paniek.
Hoe kon dat nu. Wel, jaren geleden was één van de geelkoperen pootjes van de ketel afgebroken en dat had van der Sluis er met zijn tandartsmateriaal weer keurig aan gesoldeerd. Maar tandartssoldeer is geen echte soldeer en kan de hitte van een spiritusvlam niet verdragen. Dus was het pootje na een halfuurtje los gesmolten en omdat een kraantjeskan niet op twee pootjes kan staan was hij omgedonderd.
Over twee pootjes gesproken  .Daar schiet mij te binnen dat ik tijdens de oorlog bijna twee jaar ondergedoken ben geweest bij een gastvrij gereformeerd gezin. Zo nu en dan kwam tante Hannie daar een dagje op bezoek en tijdens de middag maaltijd lag haar teckel Sybo steevast op haar meer dan brede schoot. Want tante Hannie en Sybo waren gek op elkaar. Uiteraard werd er in die familie voor en na de maaltijd gebeden. De teckel legde dan keurig zijn beide pootjes op de rand van de tafel en als na het slotgebed het woord Amen was gevallen zei tante Hannie : ‘en wat seit Sybo no…’ dan tilde de teckel zijn kop op en blafte : waf waf. trok zijn beide pootjes van het tafelblad en sprong op de grond

Wat valt er nu van dit pootjespraatje te leren : Wel, een tandarts moet geen pootjes aan een koffiepot solderen evenmin als een loodgieter tanden gaat trekken en wie echt denkt dat ‘waf waf’ van een teckel Amen betekent moet zich laten nakijken.

Roel Oostra