PAKEPRAAT.songfestival

Roel Oostra

Hommo Hof

Loch Ness

BEELDSCHOON

DE NAAKTEN NAAKT

PAKEPRAAT.songfestival

In de mallemolen van het leven draait iedereen zijn eigen rondje mee’ zong Heddy Lester in 1977, als inzending voor het Europees Songfestival. En zoals iedereen zit ook ik in die mallemolen en draai mijn rondjes. Zwaaide vanaf het begin met mijn vlaggetje naar al die dierbare mensen die in de loop der jaren de kermis van het leven hebben verlaten  Zwaai nog altijd enthousiast naar iedereen die de hand opsteekt. als ik voorbij draai.
Ja, tot vorige week was dat zo. Maar toen zette het Songfestival mijn leven op de kop. Als honingbijen rond de koningin zat onze samenleving rond het kleurenkastje en de gesprekstof beperkte zich tot wie de mooiste song had, dat WIJ de meeste kans hadden, wie wat extra’s aan zijn song toevoegde, wie het wildste lichtplan had, dat bijna alles Engelstalig was enzovoort.
Toen ik aarzelend in het midden bracht dat het Europees Songfestival toch bedoeld was als een internationaal feestje voor het beste lied in de eigen landstaal werd ik honend uitgelachen. We leven niet meer in de tijd van de Batavieren man ! Beschaamd boog ik het hoofd en het drong tot me door dat ik er niet meer bij hoorde. Dat maakte me depressief want ik wil graag overal bij horen.
In mijn gedachten zag ik een mooi uitgelicht podium met een kwaliteitsorkest en een solist die puntgaaf een lied vertolkte. En eigenlijk zonder dat ik het wilde kwamen wat flarden voorbij  van bijvoorbeeld Corry Brokken uit 1957 met ‘Net als toen’, Lenny Khur met ‘de Troubadour’, Teddy Scholten met ‘Een beetje’ en de Spelbrekers die de Kleine Kokette Katinka zo guitig achterom lieten kijken. Ik fleurde er wat van op, mooie liedjes die we allemaal mee konden zingen. Maar besefte meteen dat die tijd voorbij was, voorgoed  voorbij.  Dat het Songfestival uitgegroeid  was tot een miljoenen industrie en een Europees televisie evenement, zelfs met  Australie inbegrepen..
De song wordt tegenwoordig oorverdovend versterkt en ondergedompeld in een wirwar van lichtflitsen meestal gesteund door backing groups die bij hun gezang probleemloos zo nu en dan salto’s springen. Machtig mooi. Het festival groeide en groeide alle kanten uit maar helaas, ik ben niet mee gegroeid. en dat komt aan.
Onze Duncan Laurence, hij zij daarvoor geprezen, zat alleen achter de vleugel op het podium en vergaarde de meeste punten. Knap, WIJ WONNEN. Felicitaties uit het Koninklijk huis, felicitaties van de minister president. De naaste concurrent, de haast altijd hoogblonde Zweden verschoten van kleur toen de uitslag bekend werd.
Paar dagen later kreeg Duncan in het programma van Jeroen Pauw een ingelijst gouden schijfje als bewijs dat er al zoveel duizenden CD’s waren verkocht. Chapeau. ‘Kinsto dat ferske fan Duncan al mei sjonge ?’ vroeg ik aan vriend en festival supporter Bart. ‘Né man’ ze hij  ‘is nochal dreech, mar komt wol goed’.
Ik weet  zeker dat ik er niet in zal slagen en dat ik, mocht ik ooit  op zo’n festival terecht komen , hooguit in de zaal met een vlaggetje zal zitten zwaaien  Net zoals kleuters die met juf een uitstapje maken.
Want ik ben niet mee gegroeid, en dat doet toch wel zeer.

Roel Oostra