Pakepraat. Mars

Roel Oostra

Pakepraat.Kunstje

Pakepraat.Kunst

Hommo Hof

Volkorenkerk

Pakepraat. Mars

‘Minsken is raar guod’ (oftewel mensen zijn rare wezens) sei ús omke Doeke eartiids.

Zit ik vrijdag 19 februari geboeid in de kranten te lezen dat de Amerikanen er in geslaagd zijn om een wagentje op de planeet Mars neer te zetten als ik aan het geluidje van mijn ‘telefoon’  hoor dat er een mailtje is binnengekomen. Nou dat zie ik straks wel denk ik, want die Mars landing interesseert mij mateloos.
Het is toch niet te geloven dat een groep ‘ruimtetechnici’ zo’n huzarenstukje voor elkaar krijgt.. Vliegt  die raket met zijn lading zo’n acht maanden door de ruimte met een rotgang van  20.000 kilometer per uur de dampkring van Mars in,  remt dan op één of andere manier af tot 3 km. per uur en zeven minuten later zakt aan een reuze parachute het wagentje, zo groot als een kleine auto, dat 1000 kilogram weegt en vol zit met apparatuur op de geplande plaats. En dat staat er nog maar net en dan stuurt een meegenomen camera meteen een scherpe panoramafoto van de landingsplaats met omgeving terug. Wonderbaar ! Vanzelfsprekend heeft deze geslaagde Marsreis jaren van voorbereiding nodig gehad  en, daarmee samenhangend, vele vele miljoenen dollars gekost. Waarvoor ? Zover ik heb begrepen gaat dit wagentje grondmonsters van Mars verzamelen die door een volgende raket zullen worden opgehaald. Wetenschappers zullen dan uitzoeken of er miljoenen jaren geleden wel of niet ‘leven op Mars’ is geweest. Nou, dat zal ons hier op aarde een stuk gelukkiger maken. Die miljoenen zijn goed besteed.
‘Minsken is raar guod’  soe omke Doeke sizze.
Het  binnengekomen mailtje blijkt van een kleindochter te zijn. Die stuurt een brief door van haar vriendin Roos die al enige jaren als vrijwilligster werkt in Kara Tepe, een vluchtelingenkamp op het Griekse eiland Lesbos. Haar brieven lees ik graag, ook omdat ik groot respect heb voor mensen die belangeloos proberen er nog iets van te maken voor medemensen die huis en haard met achterlating van alles moesten verlaten.
Dat vluchtelingenprobleem houdt ons eigenlijk niet meer bezig. Er wordt in de krant zelden meer over gerapporteerd, het is geen nieuws meer. Maar die kampen zijn er nog wel. Duizenden  mensen leven er in tenten en in geïmproviseerde slaapplaatsen. Toiletvoorzieningen zijn een probleem. Trouwens, wat is daar geen probleem.  Wist u dat in die Griekse kampen ruim 4000 alleenstaande minderjarige jongeren verblijven. Wat moet er van hen worden ?  Stichting ‘Artsen zonder grenzen’ spreekt van een structurele noodsituatie. Er komt wat geld van de Europese Unie en uit een paar liefdadigheid fondsen. Maar de voedselvoorziening is krap. Geld voor die kampen moet echt bij elkaar geharkt worden.
Als je dan ‘s avonds in je eigen warme bed ligt denk je onwillekeurig aan het toeval dat op hetzelfde moment dat je de kapitaal kostende Marslanding tot je neemt een mail binnenkomt die laat weten dat er geld tekort is om duizenden gezinnen een menswaardig bestaan te geven. Zou het eigenlijk niet aardig zijn eerst aan de levenden te denken en dan pas aan miljoenen jaren dode Marsmannetjes ?
‘Minsken is raar guod’  soe omke Doeke sizze.

Roel Oostra
r.oostra@chello.nl