PAKEPRAAT.2021.inbraak

Roel Oostra

Hommo Hof

MANNEN ZING MEE

Loch Ness

PAKEPRAAT.2021.inbraak

Weet u waar ik een beetje aan verslingerd ben ? Aan politieverhalen op de televisie. Ja, zowel op verschillende Duitse Krimi’s, op de misdaadverhalen uit de Scandinavische landen en vooral op die uit Engeland. Speurders als Barneby uit Midsommer Murders, vrouwe Vera en vroeger als Frost en  Morse  zijn bij wijze van spreken bij mij kind aan huis. Het kan nog zo ingewikkeld zijn, alles kan nog zo duister zijn, al vissen ze de één na de ander uit het water en stapelen de lijken zich op, deze schrandere bazen deduceren, combineren, concluderen en komen er altijd uit. Ik mag er graag naar kijken en dat komt natuurlijk ook omdat het gelukkig altijd een ver van mijn bed show is. Want als ik in ’t echt een vermoord meisje in ons voortuintje zou vinden zou ik gegarandeerd heel anders piepen.

Maar toch kwam het het een keer een een heel klein beetje dichtbij. Toen ik op een zaterdagmorgen in  2008 onze auto uit de garage zou halen bleek dat er pogingen gedaan waren het oude beestje te stelen. Er zat een kapot gedraaid sleuteltje in het contactslot dat niet voor- of achteruit wou, het frontje van mijn dierbare radio/CD-speler was verdwenen, er hingen wat losgetrokken draden, een paar brillen waren uit een bakje en diverse spulletjes lagen door de wagen verspreid.

Wat doe je dan. Politie bellen natuurlijk. De dienstdoende juffrouw op de centrale in Leeuwarden schrok zo hevig van mijn verhaal dat ze spoorslags het bureau in Drachten belde, vandaar uit kreeg ik een vriendelijke meelevende meneer aan de telefoon die beloofde een mannetje te zullen sturen.

Een half uurtje later kwamen twee aardige agenten een kijkje nemen en proces-verbaal opmaken. Ja, ze zagen hetzelfde als ik : sporen van braak. Terwijl de ene onze auto nader inspecteerde, noteerde de andere wat feiten in een notitieboekje. Vroeg : ‘Hebt u de deur van de garage altijd op slot ?’ ‘Nooit’ zei ik. ‘Nou, als ik u was zou ik maar een grendeltje op die deur zetten’ zei hij. Ik weer: ‘Wij wonen hier al bijna vijftig jaar en hebben dit nog nooit meegemaakt’ ‘Alles goed en wel’ zei hij ‘maar de tijden veranderen’.  Daar had hij gewoon groot gelijk in.

Inmiddels riep zijn collega : ‘Kom even kijken, is dit stukje gereedschap misschien van u ?’ ‘Nee’, zei ik,’nooit gezien’.

En toen ging het precies zo als bij  Barneby of  Vera. Er kwam een plastic zakje te voorschijn waar het stukje gereedschap voorzichtig in gedaan werd.

De agenten stapten in hun auto en ik ging naar binnen. Ik herinner mij alles nog goed. Zat als intelligente speurder in mijn stoel en dacht na hoe één en ander verder zou gaan. . . . . De agenten stappen het bureau binnen en roepen : Sjoukje, wil je dit stukje metaal even onderzoeken op vinger afdrukken. Halen dan zelf een kopje koffie uit de automaat. Even later komt Sjoukje verheugd bij hen met de mededeling dat ze inderdaad vingerafdrukken heeft gevonden en … wat nog belangrijker is, jongens, zegt ze, ik heb een match ! Voor niet ingewijden, dat betekent dat de afdrukken overeenkomen met die van iemand in het archief. Zo, zo, zeggen de agenten dan, is dat ‘em. Ja ja, we kennen die knaap en hopen dat hij thuis is. Dan halen we hem meteen op en brengen die arme Roel Oostra het frontje van zijn radio terug.

Dat zat ik toen te bedenken voor ik in mijn luie stoel indommelde.

En ’t frontje ? Nooit terug gezien.

 

Roel Oostra

r.oostra@chello.nl