PAKEPRAAT.2021.inbraak

Roel Oostra

Hommo Hof

MANNEN ZING MEE

Loch Ness

PAKEPRAAT.2021.inbraak

Ja . . . . waar blijft de tijd . . .of eigenlijk moet je zeggen : waar blijven wij. Want in feite is het toch zo dat de tijd blijft en dat wij het zijn die voorbij gaan ! En als  mijn gedachten wat dwalen door de grote doos die gevuld is met de historie van ons aller Lawei trekken er nog al wat medewerkers aan mijn geestesoog voorbij die met groot enthousiasme en inzet een stevig fundament onder het huidige complex hebben gelegd maar door de tijd zijn ingehaald. Zoals huismeester Louw Biesma die toen  met zijn vrouw in de Lawei woonde.

Op de plek waar nu de grote schouwburgzaal staat lag indertijd een prachtige binnentuin   omsloten door een brede glazen galerij. Die galerij werd gebruikt voor exposities en maakte de verbinding tussen de foyer van de Lawei en de toenmalige raadszaal. Vanaf de plek waar wij wonen kan ik de Lawei zien staan en toen ik eens, begin zeventiger jaren was dat,  de voordeur op het nachtslot zou doen en  naar buiten stapte om ‘noch even yn it waar te sjen’ zag ik een lichtplek bewegen op de achtergevel van de Lawei. Wat kon dat zijn.  Er heen. Daar stond een agent met een zaklamp de ramen af te tasten. ‘Wat dogge jo dêr’ vroeg ik en de man zei ‘Wie ben jij !’

Toen ik hem dat vertelde zei hij dat men vermoede dat er insluipers in het gebouw waren. ‘Ha jo ek in kaai’ vroeg hij, ‘dan sjoch we even binnen ’. Ik weet nog dat ik het heel spannend vond en mij absoluut niet geroepen voelde om een tik op mijn hoofd te krijgen. Er stroomt geen heldenbloed door mijn aderen, maar ik kon ook niet maken om tegen de agent te zeggen ‘Ik wachtsje hjir wol even”. Dus wij het gebouw in, eerst door de hal en toen de galerij in. Oom agent met zijn zaklantaarn voorop, ik op gepaste afstand er achter aan. Toen we in het hoofdgebouw terecht kwamen draaide ik wat licht aan. In de trappenhal hoorden we  gestommel. De agent er op af, ik hoorde hem luid roepen ‘Blijf staan !’ Liet daardoor die goede Biesma schrikken. Die sloop namelijk in pyjama van boven op ons af . Wij met zijn drieën verder . In de keuken was een raam vernield en op het aanrecht lagen een paar kalfsoesters die uit de ijskast waren gehaald. Er was dus iemand die trek in een hapje had. Er kwamen nog een paar agenten binnen die, heb ik achteraf begrepen, eerst op de vier hoeken van het complex hadden gestaan om eventuele vluchters in de kraag te pakken. Maar omdat ze niets hadden gezien werd nu het gebouw doorzocht en ja, achter een gordijn in de foyer vonden ze een, laat ik maar zeggen, ‘opslûpen jonge’. ‘O, die kinne we wol’ zei de politiemacht en ze namen hem mee naar het bureau.

De andere ochtend lopen Biesma en ik door de galerij aan de kant van de Gauke Boelensstraat en wie zien we daar met zijn hond aan de lijn op de fiets voorbijkomen ?

Juist ! ‘Dêr falt my de bek fan iepen !’ hoor ik Biesma nog zeggen. ‘Ha se him  hjir fannacht oppakt en dêr fytst er al wer hinne’. ‘Ja,’ zei ik: ‘en no sit der in plysje mei twa fingers in ferbaal te tikjen.’ ‘Tenij hoeve we der gjin plysje by’ zei Biesma en het Beetster bloed begon te bruisen ‘ Hjir rêd ik dan sels wol mei !’.

 

Roel Oostra   r.oostra@chello.nl